Koolwijk & Gipman: Don't mention the war

Dit avontuur stond eerder in de tweede editie van de Nieuwe Arnhemse Krant. Deze verscheen in april 2013.

Foto's: Pauline Gesink, Tekst: Martijn van Koolwijk & Jan Gipman


Vanaf Arnhem Centraal rijdt er in het weekend een busje. De lijn 400, ofwel de Veluwetour. Dit busje stopt bij alle trekpleisters op het traject Arnhem - Apeldoorn. Langs die route liggen niet alleen bekende bezienswaardigheden als het Openluchtmuseum en Burgers Zoo. Nee, wij stoppen bij een voormalig schoolgebouwtje in Schaarsbergen, met een tank en afweergeschut voor de deur.


“Ja, dit was vroeger een school. Het is toen bezet geweest. Die tafel stond er toen ook al, daar hebben de Duitsers nog aan gezeten.” De gids van het museum wijst naar een tafel achter een hek. Achter de tafel staan etalagepoppen in Duitse uniformen en er hangt een nazivlag. “We hebben er bouwhekken voor gezet, omdat mensen anders aan de tafel gingen zitten. Als ik dat zag zei ik altijd, kom maar mee naar de kassa dan krijg je je geld terug en kan je ophoepelen. Daarom staan er hekken voor. We willen ooit plexiglas, anders oogt het zo donker.”


We staan in het Arnhems oorlogsmuseum 40-45. Bij aankomst werden we begroet door blaffende Duitse herders achter prikkeldraad en stond er naast de fietsenrekken een roestige fiets die bij de museumcollectie leek te horen. Nu we binnen zijn, staat een van de vrijwilligers van het museum ons ter woord.


“Hebben jullie vragen? Over de geschiedenis weet ik alles, maar over die wapens enzo of wat het kost weet ik niets. Dat is toch wat de gek ervoor geeft. Ja, dat dáár de antitank wapens en bazooka’s hangen, dat weet ik nog net. Daar moet je je hoofd niet voorhouden! O ja en dát zijn de Duitse wapens. Als jullie vragen hebben dan weten jullie mij te vinden.” We knikken en lopen verder naar het hek met daarachter de tafel en nazivlag. Aan een zijmuur hangen diverse posters van de NSB. Plots staat de vrijwilliger weer voor onze neus. “Dat is Mussert! Kennen jullie Mussert?” Aarzelend zeggen we te weten dat hij Anton heet. “Anton ADRIAAN Mussert!,” corrigeert de vrijwilliger ons. “Ze zeggen dat de NSB slecht was, maar wisten jullie dat er eerst zelfs Joden bij zaten? De NSB-joden. Ik las dat in een boekje. Gewoon van De Slegte.” De vrijwilliger legt zijn armen comfortabel op zijn buik en vervolgt: “Dat is hetzelfde als met die Oostenrijkers. Dát waren eigenlijk de kwaaie, niet de Duitsers. Die wisten niet beter.” Er volgt een stortvloed aan namen en plaatsen in Oostenrijk, totdat hij plots weer terugkeert bij het onderwerp Mussert. “En toen kwam dus die van Tonningen en die heeft de boel verziekt. Mussert had toen niets meer te zeggen joh. Die wilde het allemaal niet zo.”


Dan komen er twee mannen van middelbare leeftijd de kamer van het museum in. “Mogen wij iets vragen? Wij zoeken zelf met metaaldetectoren naar wapens. Wat is zoiets nou waard?” De vrijwilliger wandelt op de mannen af. Wij grijpen onze kans en lopen heimelijk vlug naar de volgende ruimte.


In die tweede kamer wordt meteen duidelijk waarom het museum op haar website wordt beschreven als ‘een uniek particulier museum op lokaal, regionaal en (inter)nationaal niveau’. Om een zo nauwkeurig mogelijk beeld te geven van de periode 40-45 zijn er verschillende diorama’s ingericht. En, het moet gezegd, de diorama’s van Museum 40-45 zijn uniek.


Voor een amateuristische muurschildering van de Utrechtseweg staat een afgedankte paspop. Een pop met bebloede hand en missende vingers staart met een glimlach en pretoogjes de ruimte in. Eindelijk verlost van die kut wijsvinger!? Iets verderop zit een militair grijnzend in een auto, de auto rijdt af op een soldaat met een Sneeuwwitje-rode-appel in zijn hand. De bijrijder betreft een man waarvan het hoofd er half afhangt. Rondom de diorama’s staan vitrines met oude sigarettenpakjes en allerhande metaaldetector vondsten.



Ook op de bovenetage zijn de vitrines gevuld met luciferdoosjes, granaatscherven, tandenborstels (waarvan één met begeleidend briefje: Let op! Tandafdrukken!), kammetjes zonder tanden. Door het trappengat horen wij de stem van een andere vrijwilliger: “Zijn ze al boven? Dan zal ik het ze even laten zien.” De vrouw komt de trap op en duwt tegen een voorraadkast. “Deze stond bij mensen thuis in Nijmegen.” Achter de voorraadkast bevindt zich een schuilplek, compleet met matras en een emmertje voor de behoefte. Verderop staat het topstuk van de collectie; een bank die in één van de vertrekken stond van Adolf Hitler. Op de bank ligt een foto van Adolf, genomen vanaf zijn middel. Op de achtergrond hangt een schilderij. Een replica van dit schilderij hangt boven de bank, zodat het lijkt alsof Hitler voor deze bank op de foto staat.


Via een winkeltje met nazimessen, oude pakjes sigaretten en militaire kledij, komen we bij een barretje. We bestellen een koffie á 2,80 per stuk en vertrekken. Bij de halte stappen we wederom in de lijn 400. De chauffeur kijkt ons verbaasd aan en vraagt: “Waar komen jullie vandaan? Ik stop hier anders nooit.”


Het Arnhems Oorlogsmuseum 40-45 bevindt zich aan de Kemperbergerweg 780 en is iedere dag (behalve maandag!) geopend van 10:00 tot 17:00.

Populaire posts